Wet- en regelgeving
Schijnzelfstandigheid in de schoonmaak: handhaving, boetes en het rechtsvermoeden vanaf 31 december 2026
De Belastingdienst handhaaft sinds 2025 weer op schijnzelfstandigheid en kan sinds dit jaar vergrijpboetes opleggen. Eind 2026 komt daar een rechtsvermoeden bij voor zzp'ers onder 38 euro per uur.

Wie in de schoonmaak zzp'ers inhuurt, werkt sinds 1 januari 2025 zonder vangnet. Op die dag verviel het handhavingsmoratorium van de Belastingdienst. Stelt de dienst schijnzelfstandigheid vast, dan kan zij direct correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen. Sinds 1 januari 2026 kunnen daar vergrijpboetes bij komen.
Op 31 december 2026 komt er een tweede instrument bij: de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief. Een zzp'er die minder dan 38 euro per uur verdient, kan zich dan beroepen op een vermoeden van een arbeidsovereenkomst. De opdrachtgever moet dan bewijzen dat het geen loondienst is.
Dit artikel zet op een rij wat er nu geldt, wat er eind 2026 verandert en wat dat betekent voor een schoonmaakbedrijf met zelfstandigen in de flexibele schil.
Wat is schijnzelfstandigheid?
Schijnzelfstandigheid betekent dat iemand als zzp'er factureert, terwijl er volgens het arbeidsrecht een dienstverband is. Niet het contract telt, maar de feiten. De Belastingdienst toetst aan de negen gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad: onder meer de aard en duur van het werk, wie de werktijden bepaalt, de inbedding in de organisatie, de plicht om het werk zelf te doen, de hoogte van de beloning en of de werkende commercieel risico loopt. Die punten weeg je in samenhang, niet als afvinklijst.
Hoe handhaaft de Belastingdienst in 2026?
Het Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026 beschrijft een gedeeltelijk verlengde zachte landing:
- Naheffen kan, maar niet verder terug dan 1 januari 2025. Alleen bij kwaadwillendheid of een niet opgevolgde aanwijzing kan de dienst tot vijf jaar terug. Dit ingroeimodel loopt tot 2030.
- Eerst een bedrijfsbezoek. Een naheffing volgt pas na een boekenonderzoek.
- Boetes. De Belastingdienst schrijft: "Vanaf 1 januari 2026 kunnen we wel vergrijpboetes opleggen. We leggen in 2026 nog geen verzuimboetes op." Een vergrijpboete vereist opzet of grove schuld.
- Vanaf 1 januari 2027 vervallen ook deze onderdelen van de zachte landing.
De dienst zet 80 fte in op dit thema en richt zich niet op branches: "Schijnzelfstandigheid komt in alle sectoren voor." Wel signaleert het plan dat zzp'ers vaak via een tussenpersoon worden ingehuurd om het risico te verschuiven, en dat de dienst daarom naar de hele keten kijkt. Inhuur via een bemiddelaar houdt een schoonmaakbedrijf dus niet uit beeld.
Wat regelt het rechtsvermoeden vanaf 31 december 2026?
Het oorspronkelijke wetsvoorstel VBAR had twee delen: een verduidelijking van het gezagscriterium en een rechtsvermoeden bij een laag tarief. Op 10 maart 2026 schrapte het kabinet het verduidelijkingsdeel. Het rechtsvermoeden ging als zelfstandige wet door beide Kamers: de Tweede Kamer stemde in op 21 april 2026, de Eerste Kamer op 16 juni 2026, met alleen FVD tegen. De wet staat in Staatsblad 2026, 158. Het inwerkingtredingsbesluit (Staatsblad 2026, 207) bepaalt dat de wet "treedt in werking met ingang van 31 december 2026".
De kern:
- Verdient een zzp'er minder dan 38 euro per uur (peildatum 1 januari 2026), dan wordt een arbeidsovereenkomst vermoed. Het bedrag groeit mee met het minimumloon; volgens Flexnieuws ligt het in 2027 waarschijnlijk rond 39 euro.
- De bewijslast draait om: de opdrachtgever moet aantonen dat er echte zelfstandigheid is. Lukt dat niet, dan heeft de werkende recht op loondoorbetaling bij ziekte, ontslagbescherming en andere werknemersrechten.
- Het is geen minimumtarief en geen verbod. Alleen de werkende zelf, of iemand namens hem, kan het rechtsvermoeden inroepen; de Belastingdienst niet.
De criteria zelf veranderen niet. De verduidelijking is doorgeschoven naar een nieuwe Zelfstandigenwet. Minister Aartsen liet de Tweede Kamer op 10 september 2026 weten dat een conceptversie eind september verschijnt en dat 1 januari 2028 de geplande ingangsdatum is. Dat is een plan, geen wet.
Wat zie je in de schoonmaakbranche?
Facto meldde in augustus 2025, op basis van cijfers in De Telegraaf, dat het aantal schoonmaakbedrijven in 2025 daalde van 27.860 in het eerste kwartaal naar 27.330, uitsluitend door gestopte eenmansbedrijven, terwijl het aantal schoonmakers met 2,3 procent steeg naar 218.000. Directeur Rob Rommelse van Schoonmakend Nederland: "Als branche hebben we een duidelijke keus gemaakt: we willen goed zijn voor mensen, daarom is loondienst de norm".
Eind 2024 noemde dezelfde brancheorganisatie in Facto het dienstverband de basis, met de zzp'er als mogelijke oplossing voor specialismen als vloeronderhoud en glas- en gevelreiniging. In 2022 telde CBS 14.615 eenmanszaken zonder personeel in de schoonmaakbranche.
Wat betekent dit voor schoonmaakbedrijven?
De grens van 38 euro ligt boven wat veel schoonmakers als zzp'er factureren. Zet daarom voor 31 december 2026 deze stappen:
- Beoordeel elke zzp-relatie op de feiten. Werkt de zelfstandige op jouw rooster, met jouw middelen, naast je eigen schoonmakers op hetzelfde object? Dan wijst dat richting loondienst, wat er ook in het contract staat.
- Leg de beoordeling vast. Zonder beleid en dossiers kan de Belastingdienst direct een boekenonderzoek starten.
- Kijk ook naar tussenpersonen. De dienst beoordeelt de hele keten.
- Reken het scenario door. Een naheffing over 2025 en 2026, plus een mogelijke vergrijpboete, tegenover de kosten van een dienstverband onder de cao.
- Toets periodiek. De Belastingdienst adviseert de arbeidsrelatie regelmatig opnieuw te beoordelen, omdat de samenwerking in de praktijk verschuift.
Meer over contractvormen lees je bij arbeidsmarkt en cao en in personeel vinden, bereiken en inwerken.
Veelgestelde vragen
Mag een schoonmaker nog als zzp'er werken? Ja. Er is geen verbod en geen minimumtarief. Ook onder 38 euro per uur kan iemand zelfstandige zijn, als de feitelijke werkrelatie dat rechtvaardigt. Vanaf 31 december 2026 moet de opdrachtgever dat wel kunnen bewijzen.
Hoe ver terug kan de Belastingdienst naheffen? In beginsel niet verder dan 1 januari 2025. Alleen bij kwaadwillendheid of een niet opgevolgde aanwijzing geldt de gewone termijn van vijf jaar.
Is de Wet VBAR nu ingevoerd? Nee. Het verduidelijkingsdeel is in maart 2026 geschrapt. Alleen het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief is aangenomen en treedt op 31 december 2026 in werking. De verduidelijking komt terug in de Zelfstandigenwet, gepland voor 1 januari 2028.
Dit artikel is geen juridisch advies. Het beschrijft de wet- en regelgeving zoals gepubliceerd op 21 september 2026. Raadpleeg voor een concrete situatie de officiële teksten of een jurist.
Bronnen
- Belastingdienst — Arbeidsrelaties en handhaving door de Belastingdienst (2026)
- Belastingdienst — Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026, versie 2.0 (31 december 2025)
- Eerste Kamer — Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief, 36.783 (2026)
- Staatsblad 2026, 207 — Besluit inwerkingtreding rechtsvermoeden per 31 december 2026
- Flexnieuws — Eerste Kamer stemt in met wet rechtsvermoeden bij laag tarief (2026)
- ZiPconomy — Minister Aartsen: Zelfstandigenwet moet veilige haven bieden aan zzp'ers (2026)
- Facto — Duidelijke trendbreuk in schoonmaakbranche: minder zzp'ers, meer in loondienst (2025)
- Facto — Wat betekent de wet DBA voor schoonmaakbedrijven? (2024)
CleanTomorrow is een onafhankelijk platform over digitalisering in de schoonmaak, mogelijk gemaakt door partners uit de branche.
Maak kennis met de partners

